Header
HomeInfoWeedRollenKokenKwekenBongsOnzinChatForumLinks
Header

Buiten Kweken

Nederwiet heeft vaste grond onder de voeten gekregen, en wij zijn weer in staat met het hoofd door de wolken heen in het heldere licht te kijken. Cannabis, het eens zo uitheemse kruid - hoewel er al bij de Germanen voor Christus sprake was van een hennepcultuur - is even ingeburgerd als de franse kaas, de italiaanse spaghetti, de nieuwzeelandse kiwi en andere lekkernijen. Wat een omweg het kruid heeft moeten begaan, voordat het zo vanzelfsprekend werd als het nu is: niet meer weg te denken, uit de wereld te reglementeren of te verdonkeremanen.

Van alle nieuw-ingevoerde gebruiken, op welk sociaal, economisch of cultureel gebied dan ook, heeft het wietgebruik de meest verregaande consequenties. De "high", eens voorbehouden aan mystiekers, uitgelaten en extatische ent- housiastelingen - in dans, muziek, theater of elders- heeft velen gebracht tot een ruimer begrip van en voor de werkelijkheid. De tevreden roker, die geen onruststoker is, maar harmonie zoekt in eigen leven, tussen de gedachten in het hoofd en de beweegredenen van het hart, keert zich af van opgelegde normen, verkiest zijn eigen weg te vinden en bovenal: hij laat zich niet ringeloren.

Kreeg de doorgewinterde roker, gewend aan de exotische herkomst van zijn stick of joint, tien jaar geleden nog snerpende hoofdpijn van de nederwiet, die min of meer amateuristisch werd bereid uit her en der aangetroffen cannabis-zaad; op dit moment is er inderdaad een homegrown-industrie in optima forma, die in stilte werkt, de stilte waarmee de plant alleen maar gebaat is. Het wietologisch handboek is het eerste boek van nederlandse bodem, dat helder en duidelijk de oprechte amateur, die meer wil weten, op weg zet naar een doe-het-zelf cultuur. Klare taal, en -zelf geproefd!- een eindprodukt van kwaliteit. Inderdaad: ons is elk kruid beleefd, ons spreekt de blomme een tale, Felicitas!

Werkschema

Voorbereiding:
  • Jan: Literatuur over wietverbouwen verzamelen en lezen.
  • Feb: Plekje om te verbouwen zoeken. (Vrienden of kennissen?)
  • Mrt: Meststoffen kopen en evt. alvast grondje bemesten.
  • Apr: Zaad kopen of van vrienden "versieren"
  • De eigenlijke teelt: (1e jaar)
  • Mei: Begin van de teelt, zaadjes ontkiemen en planten in kleine potjes.
  • Jun: Kleine plantjes uitselekteren en planten in de volle grond.
  • Jul: Mannetjes verwijderen, stuifmeel verzamelen.
  • Aug: Klonen verzamelen voor de bibliotheek, zaad maken. Begin van de bloei.
  • Sep: Bloeitijd, evt. begin van de oogst.
  • Okt: Oogsttijd!
Winterse voorbereiding:
  • Nov: De beste kloon selekteren door het roken van het eindprodukt.
  • Dec - Mrt: De uiteindelijke favoriete kloon vermenigvuldigen door haar alsmaar te klonen; hierdoor leer je tevens de techniek en doe je ervaring op, zodat je in het voorjaar in staat bent succesvol te klonen.
  • Apr: De eerste klonen worden gemaakt van de nieuwe moederplanten om in het nieuwe seizoen uitgezet te worden.
Teelt: (2e jaar)
  • Mei: Buiten zetten van de nieuwe klonen.
  • Jun - Okt: De rest van het seizoen verloopt zoals gewoonlijk, alleen kan nu alle aandacht gericht worden op het grootbrengen van de vrouwelijke klonen die uiteraard allemaal erg mooi zijn en gemiddeld een veel hogere opbrengst geven dan planten gekweekt uit zaad.
  • Zolang je maar wilt:
  • Nov-... Het in de winter in leven houden van een klonenbibliotheek weegt ruimschoots op tegen de veel betere resultaten

Hennep is, was?

Hennep is een van de oudste cultuurgewassen der mensheid. Er zijn bewijzen dat mensen al 6500 jaar geleden hennepvezels gebruikten voor het maken van touw, netten en kleding (Yang-Shao cultuur in China). In die tijd werden zelfs de zaden gebruikt als voedingsgraan, tot zij verdrongen werden door smakelijker voedingsgewassen. In een der oudste medische geschriften die de mensheid kent, de Pen-tsao Ching, wordt al het vermogen beschreven om bij langdurig gebruik in kontakt te kunnen komen met de "geestenwereld" en het lichaam lichter te maken. Hennepvezel wordt ook al heel lang gebruikt voor het maken van papier; er zijn stukken gaaf henneppapier gevonden van 2000 jaar oud.
Als touw wordt hennep nog steeds gebruikt, maar ook als zangzaad en voor windkering. Zonder henneptouw zou de mensheid heel wat meer moeite gehad hebben zich op te werken tot het huidige beschavingsniveau. Hoe zou hij zijn vis hebben moeten vangen zonder netten? De Spaanse Armada had nooit kunnen bestaan en onze Michiel de Ruyter, die aan het grote wiel draaide in de henneptouwslagerij, was misschien wel een onbekende gebleven.

Medicinaal wordt hennep tegenwoordig weer gebruikt als middel tegen glaucoom (grauwe staar), of wordt het gebruik geadviseerd aan mensen tegen de misselijk- heid die optreedt na zware bestraling en/of bijbehorend medicijngebruik tegen kanker.

Er bestaan duizenden rassen en varieteiten hennep, al naar gelang het specifieke doel waarvoor ze verbouwd worden. Varierend van een tot meerjarig, van een tot tien meter hoog! De harslaag op alle soorten hennep bevat in meer of mindere mate de "highmaker" THC (Tetrahydrocannabinol). Wij zullen ons in het bestek van deze uitgave vooral bezig houden met hennepplanten die speciaal op een hoog gehalte THC worden gekweekt.

T.H.C.?

Waarom de hars van hennepplanten THC bevat weet men niet. Wel weet men dat hoogte van het THC-gehalte in de planten in eerste instantie bepaald wordt door genetische afkomst, verhoogd kan worden door het selekteren van gezonde exemplaren en door de planten te "stressen" (onder druk zetten). De grootste stress die wij een vrouwelijke hennepplant kunnen aandoen is haar onbevrucht te houden.
Hoe het komt dat men van THC "high" wordt, weet de wetenschap nog niet precies. Ook weet men niet precies waarom een beginnend roker de eerste keren niet high wordt, terwijl men dit vaak wel wordt indien een produkt met THC erin gegeten wordt (space-cake). Ondanks vele onderzoeken heeft men nog nooit kunnen aantonen dat THC schadelijk is. Dat het niet verslavend is weet men nu wel en ook dat de ervaren oudere roker steeds minder THC nodig heeft om "high" te worden. Er zijn in deze wereld ruim 500 miljoen dagelijkse gebruikers van THC-rijke produkten als hash en marihuana. In ons land is ongeveer tien procent van de bevolking min of meer regelmatige gebruiker (1,2-1,4 miljoen). In landen met een strenger vervolgingsbeleid ligt dit percentage twee tot drie maal zo hoog.

Ondanks het feit dat hennepgebruik in ons land niet meer vervolgd wordt, zijn hennepprodukten door de importboycot toch zo duur dat vele gebruikers de neiging hebben deze aan te lengen met de legale en veel goedkopere tabak, die zeer schadelijk is! Rook daarom altijd puur en verbouw het gewoon zelf, dan is het ook lang niet zo duur!

Drie soorten THC-rijke planten

Hennepplanten gekweekt uit zaad zijn voor de helft vrouwelijk, terwijl de andere planten mannelijk zijn. De vrouwelijke planten bevatten belangrijk meer THC dan de mannelijke die daarom meestal niet gebruikt worden. Er zijn ruwweg drie soorten THC-rijke hennepplanten:

  • Cannabis-Sativa, groeit in de Tropen, Indonesie, Thailand, Nigeria, Columbia. Bloeit bij het bereiken van een bepaalde leeftijd. Grote, ruime plant met veel zijtakken en slanke bladeren. De toppen van de vrouwelijke plant (die de meeste THC bevatten) worden verzameld, gedroogd en geperst in balen, of gewoon losjes verpakt en verkocht als Marihuana.
  • Cannabis-Indica, groeit in de Sub-Tropen, India, Pakistan, Afghanistan, Libanon en Marokko. Bloeit bij het bereiken van een bepaalde leeftijd. Korte compacte harsrijke plant met brede bladeren. De hars van de vrouwelijk planten wordt verzameld, gerold tot ballen en strengen, of geperst tot plakken en blokken hash.
  • Cannabis-Homegrown, groeit in (ons) gematigd klimaat, Noord-Amerika, Europa. Bloeit bij het korter worden van de dagen; als de winter nadert dus. Geen echte soort, maar een verzamelnaam voor hennepplanten die in de westerse wereld verbouwd worden voor eigen gebruik. Meestal Sativa's afkomstig uit illegaal geimporteerde 3e wereld wiet. In de loop van vele jaren met veel moeite geacclimatiseerd. Tegenwoordig zijn vooral kruisingen met Indica's in opkomst zoals "Skunk" (stinkdierwiet).

In ons gematigd klimaat zijn alleen de Home-grown varieteiten van belang voor ons. Zij zijn geacclimatiseerd, bloeien op tijd en hebben door de voort- durende selektie een hoog THC-gehalte.

Home-grown zaad

Zaad van Home-grown varieteiten krijg je van vriend(inn)en of kun je halen in een van de vele paraphenalia-winkeltjes, waar je rokersbenodigdheden kunt kopen (zie hoofdstuk: Handige adressen). De prijzen voor dit zaad kunnen varieren van een dubbeltje tot wel tien gulden per zaadje. Dat lijkt veel, maar bedenk wel dat je met voldoende zaad van een varieteit zelf in staat bent zaad te maken zodat je vrij eenvoudig voor altijd kunt profiteren van het moeizame jarenlange werk, de kunde en de moeite die anderen voor jou verricht hebben.

Zaadloze Marihuana oftewel Sinsemilla

Zoals gezegd kent hennep mannelijke en vrouwelijke planten. De mannelijke planten zijn herkenbaar aan de vele geel/groene balletjes aan de toppen, die bij het opengaan een heel fijn geel/groen poeder produceren; dit stuifmeel wordt door de wind verspreid. Vrouwelijke planten produceren witroze tot rode stampers (dunne haartjes). Als aan een zo'n stamper een stuifmeelkorreltje blijft haken, vormt zich aan de basis van die stamper een zaadje. De moderne wietboer herkent en verwijdert tijdig de mannelijke planten en voorkomt daarmee de bevruchting van zijn vrouwelijke planten. Volwassen vrouwelijke planten bevatten de energie voor het produceren van duizenden zaadjes, wat ook eigenlijk haar taak is in haar eenjarig bestaan.
Als de bevruchting door mannelijk stuifmeel alsmaar uitblijft, gaat de plant in haar wanhoop haar reserves aanspreken voor het produceren van alsmaar meer stampers, die zich aaneen rijgen van vingersdikke tot polsdikke geurige toppen, zwaar van de hars, rijk aan THC! Hier is het de wietboer om te doen! Op het hoogtepunt van de bloei worden deze toppen geoogst en gedroogd. Deze onbevruchte toppen noemt men Sinsemilla, wat Spaans is voor zaadloos.

Drie manieren om Sinsemilla te verbouwen

  1. In de open lucht, de meest voorkomende methode. Redelijke opbrengst en behoorlijke kwaliteit, afhankelijk van Genetica. Vrij eenvoudige teelt. Groot- ste risico is de openbaarheid. De planten kunnen gezien worden door struik- rovers en politie, die meestal alleen optreedt na klachten of als het veldje te provocatief wordt gevonden. In de volle grond kan 50-200 gram per plant worden geoogst, wat neerkomt op 10-50 gram/vierkante meter. De opbrengst in potten is uiteraard iets minder; sterk afhankelijk van meststoffen, water geven en potdiameter.
  2. In de kas, technisch wat moeilijkere methode. De planten worden afhan- kelijker van de boer wat betreft water, voedingsstoffen en frisse lucht. Hoge opbrengst mogelijk. Smaak en kwaliteit vooral afhankelijk van de gebruikte soort planten. Met de zogenaamde Skunk-planten worden tegenwoordig de beste resultaten behaald in kassen of onder kunstlicht. Meestal plaatst men 1-10 planten per vierkante meter. Door de planten te verduisteren en maar 12 uur licht per dag te geven gaan ze eerder bloeien en zijn in twee maanden oogstrijp. Hierdoor zijn twee tot drie oogsten per seizoen mogelijk. Op- brengst 50-250 gram per oogst per vierkante meter. Omdat de planten maar vrij kort in de kas staan, kunnen problemen met ongedierte worden voorkomen. Ze moeten dan wel vrijwel steriel zijn als ze de kas binnenkomen.
  3. Onder kunstlicht, technisch meest moeilijke methode. Je moet binnenshuis eigenlijk een beetje voor onze Lieve Heer spelen; licht, lucht, temperatuur! Wel heel erg prive; niet iedereen heeft een grondje of een balkon, laat staan een fikse kas! Maar iedereen heeft wel een "binnen", het vak van de toekomst dus. T.L. of S.L.-lampen kunnen wel gebruikt worden om onder te klonen en te groeien, maar ze geven onvoldoende licht om onder te bloeien. Hiervoor worden hogedruk natrium-lampen gebruikt, die een iets minder geel licht geven dan straatlantaarns (lagedruk-natrium). Een 400 watt-lamp geeft 33000 lumen licht, voldoende voor 1,3 vierkante meter. Een 1000 watt-lamp geeft 125000 lumen, voldoende voor 4,5 vierkante meter. Een seizoen onder kunstlicht duurt ongeveer drie maanden; er kan dus vier keer per jaar geoogst worden. Zeer hoge kwaliteit en opbrengst mogelijk! 50-250 gram per vierkante meter per oogst. Door de grond te steriliseren in een pasteurisator kan ze telkens opnieuw worden gebruikt! Misschien komt er ooit nog een Wietologisch Handboek speciaal voor de binnenteelt. Tot die tijd beveel ik van harte Jorge Cervantes "Marihuana binnen" aan.

Openluchtteelt van Sinsemilla

Na het vinden van goed zaad is vooral het vinden van een veilig en zo zonnig mogelijk plekje van belang. Het liefst in de volle grond, een zonnig balkon of dak voldoet ook heel goed, maar dan moeten we wel zorgen voor ruime potten of bakken. Als het plekje niet zonnig genoeg is, groeien de planten wel, maar vullen de toppen zich niet voldoende in de bloeitijd. Wietplanten zijn goed tegen de wind bestand, maar op bijvoorbeeld een open dak wil een windscherm een heleboel verschil uitmaken. Veel wind houdt de planten klein en gedrongen en de toppen dun.
Wietplanten bepalen hun groei en dus hun grootte naar aanleiding van de beschikbare hoeveelheid ruimte, potgrootte en dus voedingsstoffen, zon en water. Als we in de volle grond telen en er is voldoende zon, is er in ons landje meestal voldoende water en moeten wij alleen nog voor extra voedings- stoffen zorgen en proberen de grond te verbeteren. In het algemeen houdt hennep van een luchtige, voedselrijke en niet te natte grond met een neutrale zuurgraad (Ph.7).

De meeste grond en ook potgrond bevat relatief maar weinig voedingsstoffen. Als we dikke vette planten willen hebben met een hoge opbrengst, verdient het dus aanbeveling flink te mesten! De beste kwaliteit wordt gekweekt door mensen die biologische meststoffen gebruiken. Deze zijn goed voor de bodem en dus voor de plant en voor ons, rokers!

N+P+K+Mg= ?

De in een meststof aanwezige percentages werkelijke voedingsstoffen staan op de verpakking aangegeven. De getallen staan voor de percentages N, P, K en Mg, de rest is meestal droge stof van plantaardige herkomst.

N = Stikstof De voor hennep belangrijkste voedingsstof. Zorgt voor een snelle groei.
P = Fosfor Vooral van belang voor het vormen van grote toppen tijdens de bloei.
K = Kali Van belang gedurende de hele groei, maar vooral voor een goede wortelontwikkeling en een goede weerstand tegen plantenziektes.
Mg = Magnesium Hennep heeft magnesium nodig voor het vormen van zijn plantencellen. Het is van belang voor de opname van licht en meststoffen.

PH = ?

De Ph-waarde is het getal dat de zuurgraad van een grondje aangeeft. Is dat getal 7, dan is die grond neutraal. Is dat getal lager dan 7, dan is die grond zuur of basisch. Is dat getal hoger dan 7, dan is die grond zoet of alkalisch. Meestal is de grond in Nederland wat zuur, potgrond bijvoorbeeld heeft een Ph-waarde van 5,5-6. Hennep houdt van een neutrale wat zoete grond, Ph 7 dus. We moeten dus bijna altijd kalk toevoegen om de grond wat zoeter te maken. Kalk maakt voedingsstoffen beter opneembaar voor planten, zoals op bijgaand schema te zien is. Vooral het voor de bloei zo belangrijke Fosfor wordt eigenlijk pas goed opneembaar bij een Ph van 6,5 of hoger. Om de Ph- waarde van een grondje met een snelwerkende kalk als Maerl een punt te verhogen is nodig:

  • bij zandige grond 215 gram per vierkante meter
  • bij lemige grond 300 gram per vierkante meter
  • bij kleigrond 430 gram per vierkante meter

Zoals je ziet dienen wij vrij veel kalk te gebruiken. Het kan soms wel een paar maanden duren voordat het toevoegen van kalk effekt heeft. Het is daarom het beste dit ruim voor het planten te doen.

Het komst bijna nooit voor, maar als je de Ph met een punt omlaag moet brengen (dus de grond zuurder wil maken) gebruik dan:

  • Amoniaksulfaat 70 gram per vierkante meter
  • Veen of turf 1,5 kilogram per vierkante meter
  • Kompost 9,3 kilogram per vierkante meter
  • Mest 3 kilogram per vierkante meter

In de handel zijn allerlei zaken te koop voor het meten van de Ph-waarde. Varierend van de goedkope testsetjes met vloeistoffen (Hema & Sudburry), via eenvoudige meters van een paar tientjes, tot aan de professionele meters van honderd gulden of meer. Wil je een rijke bloei hebben dan is een goede Ph- waarde in ieder geval belangrijk!

De vier meeste toegepaste meststoffen

  1. Basismest: (div. NPK)meestal koemest verrijkt met bloedmeel en beendermeel tot een volledige meststof. Deze mest wordt geperst tot korrels en verkocht onder de merknamen: Asef, DCM 3, Cultera, L.O.T., Viano, Favoriet.
  2. Maerl: (L.O.T.)snelwerkende kalk gemaakt van zeewier, bevat daarom veel mineralen en voor planten interessante sporen- elementen. Ook magnesium. Aan langzaamwerkende fossiele kalk als Dolocal is 5-10% magnesium toegevoegd. Hennep houdt van een zoete grond in ons wat zure landje, bovendien maakt kalk voedingsstoffen opneembaar voor de planten.
  3. Wormenmest: (b.v. 3,5+1+1, zeer variabel)de beste meststof voor hennepplanten. Bevat stikstof, maar zorgt vooral voor een gezonde en vitale plant, met een hoge opbrengst.
  4. Visemulsie: (L.O.T.)Stroperige vloeistof gemaakt uit visafval. Rijk aan stikstof die vloeibaar en dus direkt opneembaar is. Wordt alleen tijdens de groei toegediend door in een verdunning van 1-100 op de wortels te gieten. Geeft als snel 30% grotere groei. Is zelf ook na te maken met een aftreksel van bijvoorbeeld konijnemest en bladafval. Niet meer geven als de bloei begint!

Enkele andere biologische meststoffen

Bloedmeel (15+1,3+0,7) rijk aan stikstof, die snel opneembaar is (Oppassen voor overdosis!)
Beendermeel (4+21+0,2) bevat wat stikstof, maar vooral fosfor voor een rijke bloei. Langzaam werkend, dus ruim van te voren in royale hoeveelheden toedienen.
Koemest (0,3+0,2+0,4) vrij arme meststof die bovendien onvolledig is, redelijk snel opneembaar.
Guano (14+11+3) fossiele vogelmest. Snel werkend.
Zacht natuurfosfaat (0+28+48) rijk aan sporenelementen. Langzaam werkend.
Kippemestindien vers vrij scherpe meststof. Indien gedroogd zeer snel werkende meststof.
Konijnemest (2,4+1,4+0,6) rijk aan stikstof. Zeer geconcentreerd en snel afbreekbaar.
Houtas (0,1+5+7) bevat geen stikstof, wel wat fosfor en vooral kali. Redelijk snel werkend.
Vleermuizenmest (5+8+0,2) in ons land nog nauwelijks verkrijgbaar. Indien fossiel (honderd jaar of ouder), zonder stikstof maar we rijk aan snel opneembare fosfor voor een rijke bloei.
Lavameelgrondverbeteraar. Maakt grond losser, bevordert het bacterieleven en daarmee de opneembaarheid van meststoffen.
Kompostgrondverbeteraar bij uitstek. Staatsbosbeheer verkoopt via bijvoorbeeld Boerengoed mooie kuubjes kompost gemaakt van heide en bosafval. De meeste tuincentra verkopen ook wel het een en ander. Koop alleen geen kompost gemaakt van stadsafval of "verrijkt" met "minerale grond". Vaak is dit slib gebaggerd uit riviermonden en havens en dus verontreinigd met zware metalen en dergelijke. Omdat het voor de tuin is en niet voor het mesten van concumptiegewassen is het toegestaan deze troep te verkopen. Onze wietplant lever echter food for your mind, let dus goed op! Het beste in een tuin is natuurlijk compost gemaakt in die tuin zelf met afval uit die tuin. De kompost zal daardoor een bacterieleven bevatten dat een copie is van het bacterieleven in de tuin. Die kompost is gemaakt voor die ene tuin!
Vloeibaar zeewiergeen echte meststof. Bevat wel veel planthormonen en mineralen. Voor een gezonde groei en een mooi donker- groen blad. Vloeibaar en dus snel opneembaar.
Perlietlicht wit vulkanisch gesteente vergruist tot kleine korreltjes. Wordt in de bouw wel een gebruikt als vuurvast isolatiemateriaal. In de tuinbouw als stekmedium of net als in ons geval als grondverbeteraar. Bevat zelf geen voedingsstoffen maar verbetert de drainage en luchtigheid van grondmengsels, houdt goed vocht vast en fungeert als aanhechtingspunt voor meststoffen die anders uitgespoeld zouden worden.

Mesten in de volle grond

Hoeveel je van de diverse metstoffen kunt gebruiken is een kwestie van schatten en ervaring. Meestal kun je tot tweemaal de op de verpakking aangegeven hoeveelheden toedienen. Bedenk wel dat een overdosis meststoffen dodelijk voor je planten kan zijn.
Wil je zeker zijn van je zaak neem dan een grondmonster. Neem, verspreid over je grondje kleine schepjes grond, waarbij je ervoor moet zorgen zowel wat van de bovengrond als van de dieper gelegen lagen te nemen. Doe deze schepjes in een emmer en meng ze goed door elkaar. Neem van deze mix een schepje grond en stuur dit op naar een proefstation (zie handige adressen). Voor de kosten hoef je het niet te laten en je krijgt er een mooi rapportje voor terug. Als je aan het begin van de teelt een monster hebt genomen, doe dit dan ook aan het eind; je weet dan precies hoeveel je planten verbruikt hebben.

Kompost kun je rijkelijk gebruiken, visemulsie geef je alleen tijdens de groei, de andere meststoffen meng je door je grondmengsel. Meng je meststof- fen zo lang mogelijk van te voren, zodat de biologische voedingsstoffen de tijd krijgen op te lossen en zich te vermengen met de grond. Het is bij wijze van spreken het beste om je grondje al in de herfst te mengen, zodat de winter en vooral de vorst er "over heen kan gaan".

Let bij het spitten van je grondje er goed op dat je plekje niet te nat is. Is dit wel het geval, dan kun je je wiet altijd nog op kleine heuveltjes planten. Mocht het omspitten van je totale grondje wat al te bewerkelijk zijn, graaf dan alleen kuilen op die plaatsen waar je later een plant wilt plaatsen en mest alleen deze gaten goed; het scheelt je een hoop werk! Geef ieder plant 2-4 vierkante meter, zet ze dus op 2-3 meter afstand van elkaar.

Graaf een gat van een geeltje voor een plant van een riks luidt een oude tuinderswijsheid, met andere woorden: graaf een fikse kuil en spaar jezelf kosten noch moeite, want je zult er rijkelijk voor beloond worden. Omdat de helft van de planten die in de grond gaat zetten uiteindelijk mannelijk zal zijnen dus verwijderd zal moeten worden, is het een goede gewoonte om tussen de planten die in de volle grond staan een gelijk aantal planten in potten te zetten. Als je straks een mannetje uit de grond moet halen, is er altijd wel een vrouwtje in een pot, dat de opengevallen plaats wil innemen.

Hennep in potten

Hennepplanten in potten worden in hun grootte beperkt door de beschikbare hoe- veelheid grond en dus meststoffen en water. Gebruik daarom niet te kleine potten en wees niet zuinig met compost. Potgrond is namelijk bedoeld voor langzaam groeiende kamerplanten en bevat maar weinig voedingsstoffen.
Potgrond is vermalen voedselarme, wat zure veengrond. Als meststof is wat kunstmest toegevoegd die langzaam zijn voedingsstoffen vrijgeeft. Om de grond wat minder zuur te maken is een kalk al Dolocal toegevoegd. Als basis- materiaal is potgrond voor ons doel wel geschikt, maar dan moeten wij er wel wat aan verbeteren. Voor het mengen van de grond kun je het beste spullen gebruiken die specifiek voor dat doel gemaakt zijn. Ik heb zelf goede ervaringen met een metselkuip; zo'n ding gaat een leven lang mee en kost ongeveer vijfentwintig gulden. Je kunt er flink met een schep in tekeer gaan en je maakt iedere keer ongeveer dezelfde hoeveelheid grond en meststoffen in aan. Een betonmolen gat ook wel maar ja... Een goed recept voor potgrond, zoals ik die zelf maak als ik een kuipje meng, luid bijvoorbeeld: 1/3 potgrond, 1/3 Perliet, 1/3 wormenmestcompost, aangevuld met diverse meststof- fen bijvoorbeeld twee handjes basismest, die handjes maerl en drie handjes beendermeel. Zoals je ziet gaat er nog maar 1/3 potgrond in, maar wel veel wormenmest en compost. Ik haal dan ook 75 gram Sinsemilla uit een potje van 20 centimeter (drie liter) en dan nog verbouwd in een niet al te zonnige Amsterdamse achtertuin. Bezuinig nooit op meststoffen! Potten gemaakt van klei ademen te snel hun vocht uit en zijn niet o geschikt voor ons doel.

Gebruik niet te kleine potten! 3-10 liter of groter per plant. Je kunt ook vuilniszakken gebruiken, maar die gaan wel snel stuk als je ze eens moet verplaatsen. Beter kun je dan kweekzakken gebruiken, die zijn gemaakt om er bomen in te kweken en dus vervaardigd van stevig plastic. Plastic containers zijn duurder, maar gaan dan ook jaren mee. Je kunt natuurlijk ook zelf bakken maken van hout en dergelijke, als je maar zorg voor voldoende drainage van overtollig water aan de onderzijde. Ook hier geld weer: hoe groter de pot, hoe groter de plant!

Als je je planten water gaat geven, bedenk dan wel dat je hiermee het hele seizoen moet doorgaan omdat de plant zijn watergebruik op je hulp afstemt. Geef eerst een beetje water, zodat de potgrondvezels alvast wat kunnen opzwellen, wacht dan tien minuten en geef daarna je planten pas echt water. Je zult merken dat ze op deze wijze veel meer water kunnen opnemen, dan wanneer je direkt een plens water op je uitgedroogde potgrond gooit.

Omdat tegen de bloeitijd de meeste voedingsstoffen in je pot wel verbruikt zijn, maak ik begin augustus altijd een extra dressing. Dit is een mengsel van wormenmest/compost met wat extra meststoffen erin, die ik boven in de pot als een laagje leg op de verarmde potgrond. De bloeitijd is immers de meest belangrijke periode van de hele teelt.

Selektie / Potjes vullen

Hoe breder de basis van de pyramide hoe hoger de top. De kunst van het hennep verbouwen zit hem voor een deel in de kunst van het selekteren en dus in het rucksichtlos weggooien van planten die niet helemaal 100% zijn. Heb geen nodeloos medelijden met plantjes en denk niet dat een armzalig plantje ooit iets goed kan geven; ik kan het weten, ik die vele stakkertjes voor niets groot bracht. Hennepplanten gekweekt uit zaad varieren onderling sterk in kwaliteit. Zorg daarom voor minstens vier keer het aantal zaden als je later aan mooie vrouwelijke planten wilt oogsten. Het liefst gebruik ik plastic potjes met een doorsnede van tien centimeter; hiervan gaan er ongeveer honderd op een vierkante meter. Omdat alle potjes met gewone potgrond, vermengd met wat perliet en lichtjes gemest met een basismest, wat maerl en wat wormen- mest/compost. Maak deze potjes een of twee dagen voor je gaat zaaien goed nat en zet ze buiten klaar op een lichte, luchtige, warme plaats. De hoogte van het THC-gehalte van de uiteindelijke plant is voor een deel afhankelijk van de temperatuur gedurende de eerste weken van haar bestaan. Je kunt begin april planten, maar uit ervaring weet ik echter dat eind april begin mei altijd een periode van enkele weken slecht weer komt. Ik geef er daarom de voorkeur aan pas te zaaien in half mei als ik vrij zeker weet dat het weer redelijk blijft. De oorspronkelijke voorsprong die je had door extra vroeg te beginnen, raak je immers weer kwijt door de groeistilstand veroor- zaakt door het slechte weer. Een andere zaak is het natuurlijk als je de beschikking hebt over een kleinkasje; zorg dan wel voor voldoende ventilatie en eventueel verwarming omdat je er anders ook niet zoveel nut meer van hebt.

Het eigenlijke zaaien

Bij het poten van grote aantallen zaadjes is het zaak zo efficient mogelijk te wrk te gaan, zodat zoveel mogelijk van de potjes plantjes opleveren, waaruit we kunnen selekteren. Zoek daarom om te beginnen alleen de mooie donkere zaden uit. Doe deze zaadjes in een glas water. Zet dit glaasje naast de potjes waar ze straks in gepoot gaan worden; dan is de overgang straks niet zo groot meer voor ze en weten ze welke temperatuur hun te wachten staat. Ververs dit water indien nodig dagelijks. Als een zaadje opengaat en zich op die plek een worteltje begint te vormen weet je vrij zeker dat het een levensvatbaar zaadje is. Giet, zodra je dit bij enkele zaadjes ziet, al het overtollige water weg, op een klein beetje na en giet dit met de zaadjes op een diep bord. Door dit bord op een hand zachtjes heen en weer te wiegen gaan de zaadjes zachtjes heen en weer rollen in het beetje water. Je kunt dan vrij eenvoudig zien welke zaadjes open gegaan zijn. Vis deze zaadjes voorzich- tig uit het water en leg ze op de rand van het bord, waar ze nat blijven "plakken". Plant deze uitgekomen zaadjes voorzichtig, ieder in een potje, in een kuiltje van twee a drie centimeter en dek ze dan voorzichtig met wat aarde toe. Doe de nog overgebleven zaadjes terug in het glas en vul dit weer aan met schoon water.
Als het merendeel van de zaadjes is uitgekomen gooi dan de zaadjes weg die nog niet zijn opgegaan en duidelijk minder vitaal zijn dan hun voorgangers. Uit de laatste 10-20 procent kan toch niet veel goeds komen. Op deze wijze heb je je zaad al tweemaal geselekteerd! Na ruim een week zullen de eerste plantjes boven de grond komen en als alles goed gaat zal 80-90 procent van de potjes je ook inderdaad een plantje geven.

Als de plantjes 5-10 centimeter groot zijn, kun je al duidelijk zien welke plantjes mooier en vitaler zijn dan de anderen! Selekteer deze plantjes uit en plant ze in de volle grond of in potten en geef ze nog eens royaal water. Geef de overgebleven plantjes weg of verkoop ze aan vrienden en kennissen. Gooi wat je overhoudt weg en concentreer je aandacht op de uitgeselekteerde planten. Hennep is een van de snelst groeiende gewassen; als je een handje helpt met wat visemulsie en indien nodig wat water, zul je versteld staan van je planten. Ze eten letterlijk uit je hand en groeien als kool!

Voorbloei

Voordat hennepplanten tegen het eind van het seizoen (augustus-september) echt gaan bloeien en daarmee definitief hun sexe bekend maken, kennen ze enige tijd daarvoor de zogenaamde voorbloei. Hierbij verschijnen voor enkele dagen in de oksels van de planten een mannelijk balletje of een vrouwelijk haartje. Kijk om dit te zien dagelijks de planten na, deze verschijnselen verdwijnen na enkele dagen weer.
Door goed op te letten kan de wietboer deze voorbloei ontdekken en alvast een idee krijgen of een plant straks mannelijk of vrouwelijk wordt. Als je eenmaal het idee hebt dat een plant vrouwelijk is, handg er dan een label of ander merkteken in om te voorkomen dat je iedere keer nodeloos dezelfde planten loopt te onderzoeken.

Als een plant volgens jou mannelijk is kun je hem het beste direkt verwijder- en. De mooiste mannelijke plant kun je sparen om er later stuifmeel van te winnen.

Als de meeste planten hun sexe getoond hebben en je houdt nog enige planten over, waarvan je nog niet zeker bent, gooi die dan ook weg. Verspil geen plaats, tijd en energie aan onduidelijke planten! Vervang eventueel mannelij- ke planten in de grond door een reserve vrouwtje uit een pot en geef deze nat het planten direkt flink water.

Sommige vrouwelijke planten produceren in hun hoop op bevruchting zelf mannelijke stuifmeelballetjes. Deze planten zijn hermafraudiet (tweeslachtig). Het stuifmeel van deze planten is vruchtbaar en de planten dienen dus verwijderd te worden. Zaad geproduceerd met hermafraudiet stuif- meel levert wel zaad op waaruit overwegend vrouwelijke planten komen, maar de meesten daarvan worden uiteindelijk ook hermafraudiet, dus veel schieten we daar niet mee op. Let op de vrouwelijke stampers (witte haartjes) boven aan de plant en de mannelijke ballen tegen aan het topje.

Zelf zaad maken / Stuifmeel verzamelen

Gebruik voor de produktie van mannelijk stuifmeel en als moederplant voor zaad altijd je mooiste planten. Selekteer deze planten gewoon op het oog, dat lukt je best! Kies die planten die er volgens jou het gezondst en mooist uitzien.
Mannelijke planten bloeien altijd eerder dan vrouwelijke, om er zeker van te zijn dat er stuifmeel in de lucht zit als de vrouwelijke planten stampers vormen. De eenvoudigste manier om zelf wat zaad te maken, is de mooiste mannelijke plant een week of zo te laten bloeien, in de nabijheid van de vrouwelijke planten. De eerste stampers die zich op de vrouwelijke planten vormen, worden dan in eider geval bevrucht, waarna je het mannetje snel verwijderd. Alle vrouwelijke planten zullen dat wat zaad hebben terwijl de stampers die zich na het verwijderen van het mannetje vormen onbevrucht blijven. Vergis je niet! De manneljke balletjes met stuifmeel gaan niet allemeaal tegelijkertijd open, maar geleidelijk een voor een, zodat het je haast niet opvalt. Dat dit proces al aan de gang is, kun je zien als je tussen de trossen ongeopende balletjes er voortdurend iedere dag enkele ziet, die al open en eventueel al uitgebloeid zijn. Je kunt er dan zeker van zijn dat ze hun stuifmeel al verspreid hebben ook!

Als je favoriete mannelijke plant in een pot staat, kun je hem met pot en al binnenshuis zetten om willekeurige bestuiving van je vrouwelijke planten te voorkomen. Mannelijk stuifmeel kan immers in de buitenlucht tientallen meters verder, groeiende vrouwelijke planten alsnog bevruchten. Zet de mannelijke plant achter een licht raam, met pot en al op een stuk aluminiumfolie. Na een aantal dagen zul je zien dat zich op het folie een geel/groen laagje stof vormt: het stuifmeel.

Staat je favoriete mannelijke plant in de volle grond, haal dan de meeste zijtakken weg, op enkele hoofdtoppen na, zodat het bloeiproces veel beter te controleren valt. Je kunt dan even wachten tot de balletjes in je hoofdtoppen zich enigszins gevormd hebben. Knip daarna deze hoofdtoppen los en zet ze binnenshjuis op een lichte plek in een glas water, op het bekende stuk aluminiumfolie, om het stuifmeel erop te verzamelen.

Wil je het helemaal mooi doen, probeer dan wat Ersatz-papier te pakken te krijgen. Dit is papier zonder afsluitende toevoegingen zodat het papier ademt. Hiervan kun je langwerpige zakken vouwen en plakken, die je over de mannelijke toppen kunt schuiven. Sluit de onderkant van het zakje bij de stam goed af met een stukje plakband, zodat het opgevangen stuifmeel niet weglekt. Het voordeel van deze methode is dat je het stuifmeel kunt winnen op de meest natuurlijke manier, gewoon aan de plant op het open veld!

Stuifmeel bewaren

Als je stuifmeel verzameld hebt op een van de boven beschreven methodes, zeef dan met behulp van een eenvoudige plastic theezeefje alle overige plantdelen uit. Deze plantendelen kunnen alleen maar gaan schimmelen en je stuifmeel bederven. Het schone stuifmeeel dat je dan overhoudt kun je opbergen in kleine papieren zakjes, zoals die voor postzegels gebruikt worden of zogenaamde loonzakjes. Schrijf op ieder zakje duidelijk van welke plant het stuifmeel afkomstig was en vermeld de bloeidatum van de mannelijke plant. Deze zakjes kun je op hun beurt weer bewaren in de plastic containertjes die gebruikt worden om fotorolletjes in te bewaren. Doe in deze containers een bodempje rauwe rijst om de inhoud droog te houden, zoals de rijst in het zoutvaatje. De containertjes met rijst en stuifmeel kun je in de koelkast of diepvries tijden goed houden.
Wil je het helemaal goed doen, doe dan een soort stuifmeel in meerdere zakjes in een container en plak op de buitenkant van het containertje een label met daarop welke soort stuifmeel erin zit. Je hoeft dan de containertjes niet meer open te maken om af te lezen wat er in zit.

Verdeel het stuifmeel van een soort over meerdere zakjes, zodat je, als je er wat van nodig hebt, snel een zakje eruit kunt nemen en daarmee aan de gang kunt gaan. De rest van het stuifmeel kan dan in het containertje blijven en wordt niet nodeloos iedere keer blootgesteld aan de vochtige en warme buitenlucht. Op kamertemperatuur bewaard blijft stuifmeel enkele wateken vruchtbaar. In de koelkast enkele maanden en in de diepvries is het wel een jaar houdbaar.

Het met de hand bestuiven van vrouwelijke planten

Het beste kun je dit vroeg op een zonnige dag doen, zodat je stuifmeel optimale kansen heeft om aan te slaan. Selekteer enkele mooie toppen aan enkele favoriete planten. Het hoeven niet de hoofdtoppen te zijn, zodat je die later kunt roken om de kwaliteit te testen. Gebruik ook niet de minste toppen van een plant, omdat je dan minder zaad kunt verwachten. Door slechts enkele toppen te bevruchten zul je de rest van de plant toch nog als Sinsemilla kunnen oogsten. Het beste kun je een vrouwelijke plant bestuiven, als ze pas begint te bloeien; die stampers zijn al in voldoende mate aanwezig om het stuifmeel op te vangen, terwijl de plant nog voldoende bloeitijd over heeft om het zaad goed te laten rijpen.
Een van de voordelen van handbestuiving is dat je verschillende soorten stuifmeel kunt gebruiken op een plant. Hang dan wel aan iedere top een duidelijk etiket met daarop vermeld het soort stuifmeel en de datum van bestuiving. Gebruik hiervoor een zwarte watervaste viltstift. De andere gekleurde soorten blijken in de praktijd toch niet zo watervast te zijn als er op vermeld staat.

Bestuif altijd enkele toppen aan meerdere planten. Er kan nog van alles met een hennepplant gebeuren in de rest van haar leven (struikrovers, loswaaiende takken etc.). Terwijl je er van tevoren natuurlijk niet honderd procent zeker van kunt zijn, dat de door jou uitgezochte planten later ook inderdaad de beste Sinsemilla zullen opleveren, dat weet je pas definitief als je haar maanden later rookt!

Het eigenlijke bestuiven is na al deze voorbeiding heel eenvoudig: je brengt het stuifmeel op de stampers aan, met een klein schoon kwastje. Mocht je diverse soorten stuifmeel gebruiken, gebruik dan iedere keer een schoon kwastje, maar dat had je al wel begrepen. Als een stamper bevrucht is, vormt zich onderaan de stamper het zaadje; je kunt dan de basis al enkele dagen na de bevruchtig zien opzwellen. Een bevruchte top kan tientallen zaadjes opleveren.

Als alles goed is, is het zaad bruin en rijp tegelijkertijd met de rest van de plant. Hang de bevruchte toppen met hun labeltjes te drogen net als de Sinsemilla. Let op, muizen interesseren zich niet zo voor Sinsemilla maar ze zijn gek op hennepzaad. Bewaar het zaad in de bekende filmrol-containertjes op een koele, droge donkere plaats. Goed zaad gaat jaren mee. Wel is het zo dat in de loop der jaren de vruchtbaarheid en de kwaliteit afneemt. Dit is te ondervangen door sterker te selekteren naarmate het zaad ouder wordt. Het met de hand bestuiven van vrouwelijke planten

Waarom klonen en wat zijn dat?

Het nadeel van het kweken van hennepplanten uit zaad is het grote onderlinge verschil in kwaliteit. Om een hoog kwaliteitsgemiddelde te scoren, moet de wietboer zwaar selekteren uit een zo groot mogelijk aantal planten, waarvan hij dus eigenljk het grootste deel voor niets verbouwt. Het grote voordeel van het kweken van hennepplanten uit zaad is dat er altijd planten bij zijn die duidelijk veel beter zijn dan de rest. Hoe groter het aantal planten waaruit die selektie gemaakt kan worden, des te beter is die plant. Door die beste planten te gebruiken voor het kweken van zaad, kan de wietboer de kwaliteit van zijn rassen ieder jaar weer verbeteren. Het probleem blijft echter, dat de planten die de wietboer gebruikt voor de produktie van Sinsemilla, onderling zoveel verschillen. Het zou natuurlijk het mooiste zijn als alle planten van een oogst even goed waren als de beste plant van dat jaar of desnoods van het jaar daarvoor. Klonen voorzien in die behoefte! Want klonen zijn stekjes van een vrouwelijke superplant; allen genetisch identiek aan elkaar en aan de moederplant waarvan zij afkomstig zijn. Klonen kunnen genetisch niet verbeteren of verminderen in kwaliteit, maar blijven dezelfde topkwaliteit leveren, jaar na jaar. Er zijn gevallen bekend van klonen die tot vijftig keer achter elkaar gekloond werden, zonder kwaliteitsverlies, zolang je natuurlijk maar klonen neemt van een gezond exemplaar.

Het verzamelen van klonen...voor een klonenbibliotheek?
Eind juni uiterlijk half augustus, als de planten volop in de groei zijn en nog niet bloeien, is het de beste tijd om "klonen te verzamelen". De planten zijn al zo groot dat je duidelijk kunt zien welke exemplaren vitaler en gezonder zijn dan de rest. Omdat we pas definitief weten, welke planten het beste zijn na de oogst, kun je het beste een aantal klonen nemen van een aantal verschillende mooie planten. Deze klonen van verschillende planten vormen samen een soort "levende bibliotheek onder kunstlicht". Als je aan het eind van het seizoen, na oogsten en roken, hebt uitgemaakt welke plant volgens jou de beste was, dan neem je die speciale plant uit je bibliotheek en gaat haar gedurende de winter vermenigvuldigen onder kunstlicht, zodat je volgend voorjaar allemaal klonen kunt maken van die ene soort. Wil je klonen maken en precies weten hoe dat precies in zijn werk gaat, lees dan het hoofdstuk "Het maken van klonen / de techniek".

De bloei

Half augustus begint meestal de bloei. De planten groeien nauwelijks meer en de vrouwelijke planten vormen steeds meer geurige witrose stampers. Geef in deze periode geen stikstof meer in de vorm van visemulsie. Wel kun je begin augustus nog een dressing maken. Dit is een extra rijk mengsel van potgrond (tuinaarde), veel wormenmest, wat beendermeel en kalk. Geef alle planten een laagje van deze dressing. Tegen deze tijd beginnen de diverse voedingsstoffen uitgeput te raken en juist in de bloei kunnen de planten vooral fosfor goed gebruiken.
Geef in de bloeiperiode geen visemulsie maar wat fosforzuur. Dit is een zuur (oppassen voor je ogen) en niet biologisch, maar het is wel een vloeibare en dus snel opneembare fosforbron. In deze tijd kun je ook voorzichtig beginnen met het voorzichtig verwijderen van de grootste bladeren, alleen wanneer ze al vergeeld zijn. Vooral bij Skunk-planten vergelen de oudere bladeren snel. Het bladchlorofiel wordt door de plant afgebroken om de bloei van bouwstoffen te voorzien. Het verwijderen van de grote bladeren heeft tevens als voordeel dat de toppen zelf wat meer zonlicht gaan krijgen en dus zwaarder kunnen worden. Haal nooit teveel bladeren ineens weg, maar doe dit geleidilijk gedurende de bloei en alleen als het blad al vergeeld is. Als de plant rijp is, is tevens het schoonmaken voor een belangrijk deel al gedaan en zijn de plant en haar baasje klaar voor de oogst.

De oogst / het drogen

Vanaf september tot half oktober duurt de oogsttijd voor de meeste home-grown varieteiten. De kunst is de planten te oogsten vlak voor het hoogtepunt van hun bloei. Een te laat geoogste plant geeft wel het maximum aan gewicht, maar maakt het roken ervan "heavy en stoned" in plaats van "helder en high", ook is de smaak minder fris en licht. Als de bloei afneemt wordt het tempo waarin zich nieuwe stampers vormen minder terwijl de bovenste stampers aan de uiteinden bruin beginnen te worden. Als de puntjes van de witte stampers voor eenderde bruin zijn geworden en dit proces zich uitstrekt over eenderde van de toppen van de plant, is het tijd om te gaan oogsten. Bij "Skunk-planten" moeten deze haartjes voor negentig procent bruin of rood geworden zijn.
Als de bloei haar hoogtepunt voorbij is, begint de secundaire groei. De toppen bevatten steeds minder stampers, maar zwellen wel steeds meer op door het doorgroeien van het bladgroen. Mocht je dit zien dan ben je wat aan de late kant en is het zeker tijd om te oogsten.

Je bespaart je een hoop werk door de plant zoveel mogelijk schoon te maken als ze nog op het veld staat. De bladeren zijn dan gemakkelijk te verwijderen, terwijl dat een hele klus wordt als je de takken binnen hebt hangen. Minder blad neemt minder ruimte in bij het drogen, terwijl ook de kans op schimmel wordt verminderd. Dit blad kun je gebruiken voor de composthoop, maar je kunt het ook drogen en gebruiken voor het maken van wietboter. Bedenk bij het bepalen van het oogsttijdstip ook, dat de ontwikkeling van de plant nog enige dagen doorgaat als ze te drogen hant.

Snijd de takken los. Als je de takken moet vervoeren naar de droogruimte, zorg dan dat de takken binnen de tien uur op hun plaats hangen. Anders raken ze geplet en raken hun mooie ronde vorm kwijt. Een plat bon-bonsje smaakt net zo lekker, maar het oog wil heel wat! Verwijder van de takken alle overtollige bladeren en hang ze omgekeerd te drogen aan "waslijntjes" van grof sisaltouw waaraan ze gemakkelijker blijven haken. Zorg dat de toppen elkaar niet raken, zodat de lucht vrijelijk kan circuleren. Om schimmel te voorkomen, verdient het aanbeveling de eerste week, indien nodig, wat bij te verwarmen zodat de planten wat vlugger drogen. Bedenk dat schimmels graag groeien bij temperaturen onder de zestien graden Celsius.

Zorg dat de ruimte koel, droog en donker is, maar goed geventileerd. Als de plant pas hangt leeft ze nog. Om nog aan voedingsstoffen te komen gaat zij het in het donker overbodige chlorofiel afbreken tot eenvoudige suikers. De toppen worden minder groen en merkbaar zoeter. Dit gebeuren heet "curing", is heel belangrijk en geeft de fijne smaak aan de wiet.

Bij 18 graden is de wiet meestal in twee weken droogtijd klaar voor de volgende stap.

Schoonmaken / bewaren

Na twee, uiterlijk drie weken zijn de toppen droog genoeg om hun vorm te kunnen bewaren bij het schoonmaken. Tegelijkertijd zijn ze nog vers genoeg om niet al teveel hars te verliezen als ze door je handen gaan. Knip de topjes los van de takken. Verwijder de grootste blaadjes en van de kleinste blaadjes de dorre (scherp smakende) puntjes. Wat je van de toppen los knipt is rijk aan THC en kun je heel goed gebruiken voor het maken van wietboter. Je kun voor dit werkje een schaartje gebruiken, maar ook gewoon je vingers. Knip de eventuele kale takjes van de topjes zodat je keurige bolletjes overhoudt. Laat de schoongemaakte Sinsemilla een of twee dagen in de open lucht nog wat bijdrogen.
Verpak de Sinsemilla wanneer ze nog iets vochtiger is dan ze moet zijn om haar puur te kunnen roken. De Sinsemilla droogt de komende maanden in de verpakking nog wat uit! Als je er wat van wilt roken, haal dan iedere keer een hoeveelheid, voldoende voor een week uit je hoofdvoorraad en doe dat in een klein plastic zakje. In de loop van de week droogt de wiet wat uit en is dan precies goed, terwijl je hoofdvooraad altijd vers blijft.

Winkels voor rokersbenodigdheden en kantoorboekhandels verkopen vaak plastic zakjes met sluiting die je kunt dichtdrukken. Koop hiervan de grootste maat (20cm). Verpak hierin de Sinsemilla, maar doe dit wel in drie zakken over elkaar! bijna alle plastics die we in Nederland kunnen kopen zijn niet helemaal luchtdicht! Een uitzondering vormen de plastics die gebruikt worden om voedsel in te koken, maar dit is nog tamelijk onbekend in Nederland en dat plastic is ook moeilijk te krijgen. Goed verpakte wiet is enkele jaren houdbaar, hoewel de kwaliteit wel steeds vermindert. Optimaal is verse Sinsemilla pas, na enkele maanden oud te zijn.

De grote Sinsemilla-smaaktest

Er bestaan vloeitjes speciaal gemaakt om er pure wiet mee te roken. Deze vloeitjes zijn iets groter dan de kleine shag-vloeitjes en niet zo groot als de bekende zeer grote vloei. Mijn favoriete merk is Smoking. De verpakking is mooi (vooral als je hem heel laat). Het zijn rijstvloeitjes (lekker dun), met een plakrandje (lekker makkelijk). Gebruik 1 vloeitje.
Kruimel enkele topjes zo fijn dat er gaan grove stukjes of takjes meer in zitten. Rol een pure joint, zonder tabak of filter. Tabak is giftig, verslavend en smaakbedervend, terwijl een filter een kartonnen smaak geeft. Zuig eerst enkele malen krachtig aan je jointje zonder haar aan te steken. Als alles goed is gegaan zul je een frisse mintachtige smaak proeven. De echte smaak van Sinsemilla! Rook nooit samen met tabak; tabak is een downer, terwijl Sinsemilla een upper is. Mocht je denken dat een pure joint te sterk voor je is, rol dan een heel dunne joint, maar zo slim ben je wel?!

Het maken van klonen / de techniek

Het bewortelen van klonen en het groeien van moederplanten kan het best op aarde gebeuren. Dit is de eenvoudigste en goedkoopste methode. De wietboer zal de benodigdheden al voor een deel aanwezig hebben of kan er desnoods vrij eenvoudig aankomen. Voor het maken van klonen zijn de volgende spullen nodig:

  • Een of twee T.L.-buizen (standaard kleur wit, kleur 33) of een S.L.-lamp.
  • Een luchtthermometer en een watertemperatuurmeter uit de aquariumwinkel voor het meten van de worteltemperatuur.
  • Eventueel een of ander vorm van bodemverwarming; een matje of een kabel, liefst thermostatisch geregeld.
  • Potjes of bekers gemaakt van turfmolm (4-12 cm, bijvoorbeeld Jiffypot).
  • Een wortelhormoon: Rootone F (Luxan), Rhizopon AA ...als er maar indolylboterzuur in zit.
  • Schone verse potgrond.
  • Schoon zand.
  • Perliet.
  • Een bloemenspuit (Blokker verkoopt handige pompspuiten van een liter)

Eventueel een vloeibare meststof als visemulsie.
Vul de turfmolmpotjes met een mengsel van:

  • 1/3 Potgrond (houdt goed vocht vast, bevat wat voedingsstoffen)
  • 1/3 Zand (geeft stevigheid, voorkomt dat de klonen omvallen)
  • 1/3 Perliet (geeft luchtigheid aan het mengsel)

Vul de potjes met dit mengsel, maak ze goed nat en zet ze op hun plaats onder de lamp om alvast op temperatuur te komen.
Bewortelde klonen hebben niet zozeer licht alswel warmte nodig voor het groeien van hun wortels. Houd de worteltemperatuur minimaal 20 graden Celsius, liefst 25 graden. Gebruik hiervoor een bodemverwarmer (matje, kabel) of houd de luchttemperatuurr enkele graden hoger dan de gewenste worteltemperatuur. Gebruik voor het meten van de worteltemperatuur een of merdere aquariumthermometers (drie tot vijf gulden). Tip: leg er altijd bij aankoop eerst een paar naast elkaar op de toonbank, koop alleen die meters die overwegend dezelfde temperatuur aangeven.

Snijd of knip mooie groeitips van de gewenste planten. Snijd ze niet te klein, anders dalen de overlevingskansen; maak royale stekken van vijf tot tien centimeter lengte. Als je vanaf planten in het veld klonen verzamelt, neem dan altijd meerdere stekken van een plant voor de zekerheid. Omdat je nog niet zeker weet welke plant het beste wordt, kun je het beste van verschillende planten enkele klonen nemen. Verwijder direkt de grootste bladeren van de nieuwe stek, aangezien die teveel vocht verdampen. Bind de klonen met een labeltje aan elkaar en zet ze direkt in een emmertje met water om "flauwvallen" door vochtverlies te voorkomen. Eenmaal in het emmertje zijn de klonen een a twee dagen houdbaar, maar het is het beste ze zo snel mogelijk te planten.

Maak met een potlood of spijker een gaatje in de aarde van het potje. Doop het onderste deel van het stekje in wat hormoonpoeder en tik voorzichtig het overtollige poeder af. Plant het stekje voorzichtig in het gaatje en druk de aarde rond het plantje zachtjes aan, geef indien nodig nog wat water. Houd de klonen vooral de eerste week goed vochtig. Geef de klonen indien mogelijk regelmatig wat bladvoeding door ze te bespuiten met de plantenspuit, waarin per liter water een theelepeltje visemulsie is opgelost. Spuit na iedere bladvoeding het blad later wel weer schoon met water.

Geef de klonen vierentwintig uur licht per dag. Je kunt het geheel zien als een intensive-care unit; die zet je 's avonds ook niet uit! Na tien dagen tot twee weken zul je de eerste worteltjes door de bodem van de potjes kunnen zien groeien. Gebruik je kleine potjes, dan is het tijd om ze uit de couveuse te halen en ze over te planten. Stekjes in de grotere potjes kunnen nog wat langer blijven staan tot ze wat groter zijn. TIP: Maak de potjes heel goed nat voor je ze overplant; de worteltjes groeien dan eenvoudig door het papperige turfmolm heen.

Gebruik om over te potten uiteraard alleen de mooie exemplaren. Als je met verschillende soorten planten werkt, label dan ieder kloontje vanaf het begin. Bewortelde klonen kun je overplanten in ruimere potten (tien tot twintig centimeter doorsnee) en in je klonenbibliotheek zetten.

Als stekmedium zijn er ook nog steenwolblokjes (4*4 cm Grodan). Deze stekken niet beter dan turfmolm, zijn veel duurder, milieuverontreinigend (vergaat niet) en je moet ze direkt gebruiken als ze klaar zijn. Ze zijn wel beter als je klonen moet transporteren, je kunt ze zelfs laten vallen, wat je met een turfmolmplantje niet moet proberen. Ze zijn wel sneller en eenvoudiger klaar voor gebruik. Je legt ze op een bedje van perliet, zodat er van onder lucht bij kan en overgiet ze met water, waarin wat hydromest opgelost als voeding. De blokjes zijn fabrieksmatig al voorzien van gaatjes, zet hierin de stekjes, druk ze een klein beetje verder in het blokje, zodat ze goed stevig staan.

Het toedienen van wortelhormoon kan een stuk efficienter als je bijvoorbeeld Rhizopon AA in pilvorm weet te krijgen. Deze pillen zijn in water oplosbaar. Je gebruikt ongeveer een pil per spuitfles van een liter waterinhoud; even schudden, kwartiertje wachten en spuiten maar! Je hoeft dus niet meer ieder afzonderlijk stekje te poederen en te planten. Je prikt de plantjes in de turfmolmpotjes of steenwolblokjes en spuit honderden kloontjes in een keer nat met wortelhormoon. Een liter is voldoende voor enkele bespuitingen de eerste 48 uur. Het hormoon dringt door de celwand in het stekje en klaar is Katrien!

Houd je van puur natuur, neem dan wat wilgentwijgen en maak daarvan een hormoonhoudend aftreksel of stop het steeltje in je mond en maak het nat met wat speeksel, zelfs dat schijnt te werken.

Licht! voor moederplanten

Hoe snel je moederplanten groeien is afhankelijk van het soort licht dat je gebruikt, wat weer afhankelijk is van het bedrag, dat je kunt besteden.

a. F 100,- tot F 250,-T.L.-buizen zijn de goedkoopste lichtbron. Je kunt zelfs tweedehands armaturen gebruiken (F 15,- per stuk voor een dubbel armatuur van 120 centimeter lang). Hoe langer de buis, hoe hoger het rendement. Koop altijd nieuwe buizen: een buis van een jaar oud geeft slechts de helft van de normal hoeveelheid licht. Koop geen dure Grow-Lux buizen, maar neem de gewone en goedkope standaardkleur wit buizen (kleur 33). T.L.-buizen geven maar groeizaam licht tot een afstand van maximaal 25 centimeter. Het beste kun je de armaturen bevestigen op een open frame gemaakt van balkjes. Door een "open" frame te gebruiken wordt het niet te heet onder de lampen en kan de lucht goed circuleren. Om de buizen zo dicht mogelijk bij de planten te krijgen dient het frame aan katrollen te worden bevestigd. Naarmate de planten groeien kunnen de lampen langzaam omhoog getakeld worden. Gebruik ongeveer zes tot tien buizen van 120 centimeter lang, op een breedte van een meter.
S.L.-lampen zijn wel duurder maar veel goedkoper in het stroomverbruk en ook veel eenvoudiger te monteren. Simpele draadjes met fittingen zijn voldoende. Ze geven meer licht, minder warmte en gaan veel langer mee.

b. F 500,- tot F 600,-Hogedruk-Natriumlampen van 400 watt geven een fel geel licht en 30.000 lumen. Lagedruk-Natriumlampen zoals gebruikt voor straatverlichting geven een te eenzijdig soort licht. Metaal-Halide Kwiklampen geven een helder wit licht, gaan echter maar half zo lang mee, terwijl ze niet veel beter werken dan Hogedruk-Natrium lampen.
Er zijn in ons land twee fabrikanten (fa. Poot en Philips) van 400 watt Hogedruk-Natriumlampen, die speciaal gemaakt zijn om een oppervlakte te belichten van 2,50 * 1,25 meter (de maat van een plaat spaanplaat), bij een hoogte van een meter. Dit is net voldoende licht om er klonen onder te bewortelen, maar onvoldoende om er moederplanten onder te laten groeien. Dit kan wel bereikt worden door op die oppervlakte twee lampen te gebruiken of door een lamp 1,3 vierkante meter te laten beschijnen. De lampen zijn samengesteld uit: een reflector met daardaan vastgebouwd een armatuur waarin een transformator en enkele condensatoren zijn gebouwd. Het geheel weegt zo'n 10 kilo.
De eigenlijke lamp gaat twee jaar mee (kwik maar een jaar). Een nieuwe lamp kost ongeveer F 150,- tot F 200,-

c. F 950,- tot F 1100,- (4-5 m2) Hogedruk-Natriumlampen van 1000 watt geven ongeveer 125.000 lumen licht, vier keer zoveel als een 400 watt lamp voor twee keer de prijs. De High-Times staat altijd vol met aanbiedingen van deze zeer efficiente lampen. Let op: Amerikaanse lampen functioneren nauwelijks in Europa, door een te laag voltage (220 in plaats van 240 volt) en een te laag aantal Herzen (50 in plaats van 60 Herz)
Onze nationale trots Philips maakt wel 1000 watt lampen, maar niet specifiek voor het groeien van planten en dus met ongeschikte en veel te dure reflektoren. Denk niet dat een 1000 watt lamp zo verschrikkelijk veel geld kost. Een straalkacheltje verbruikt ruim tweemaal zoveel en in de meeste delen van ons land kost een kilowatt-uur 17 cent.
Een reservelamp kost ongeveer F250,- en gaat twee jaar mee, de voorschakel- apparatuur is praktisch onverslijtbaar en weegt 24.5 kilo. Deze "ballast" wordt met een maximaal 12 meter lange kabel verbonden met de eigenlijke lamp en reflektor. De lamp en reflektor wegen samen zo weinig, dat ze met een gemotoriseerde rails kunnen worden verbonden, die de lamp heen en weer beweegt over een afstand van 1.80 meter (Solar Shuttle), zodat een grotere oppervlakte belicht kan worden.

Moederplanten kweken in de ideale vorm

Voor alle wietplanten onder kunstlicht geldt dat ze ht beste gedijen bij een temperatuur van 20-22 graden en een luchtvochtigheid van 70-80%. Verder dienen wij te zorgen voor een regelmatige aanvoer van verse lucht en natuurlijk water. Het licht mag 18 tot 20 uur per dag branden. Mocht je de beschikking hebben over nachttarief, maak daar dan gebruik van, want dat is veel goedkoper.
Zorg voor reflekterende achter- en zijwanden, zodat zo min mogelijk licht verloren gaat. Gewitte oppervlakten reflekteren optimaal, beter dan aluminiumfolie. Wit gespoten hardboard is goedkoop en gemakkelijk te verwerken.

Teel de moederplanten in potjes van 10-20 doorsnede. Als je hier eerder over hennep in potten gelezen hebt, zul je inmiddels wet weten hoe dat te doen en je hebt vast wel wat meststoffen over van je buitenteelt. Neem je eerste stek van een moederplant als ze 10 tot 15 centimeter hoof is. Daar waar je de stek neemt, vormen zich twee groeischeuten, terwijl de lagere groeischeuten veel meer de kans krijgen zich te ontwikkelen. Na enkele maanden van groeien en stekken krijg je een moederplantje waar je niet een maar vier tot acht stekken van kunt halen! Houd je ze niet bij, dan krijg je lange dunne planten, waar je iedere keer maar een of twee stekken van kunt nemen. Hoe snel je ieder keer weer stekken kunt nemen, hangt af van de snelheid waarmee de moederplanten aangroeien en dat is weer afhankelijk van de hoeveelheid licht.

Geef de planten regelmatig wat visemulsie op de wortels en besproei ze eens per week met de plantenspuit met daarin een theelepel visemulsie per liter water. Besproei na een half uurtje de planten weer met schoon water. Bladvoeding is gemakkelijk en werkt snel, maar je moet voorkomen dat zich op het blad voedingsstoffen ophopen.

De geheime leer der vergiften

Als je binnenshuis wiet verbouwt, krijg je altijd te maken met ongedierte. Buiten heb je daar weinig last van, maar binnenshuis hebben de beestjes geen natuurlijke vijanden en spoelt er nooit eens eentje weg bij een regenbui of zo. De weersomstandigheden zijn zo ideal, dat de beestjes zich razend snel kunnen vermenigvuldigen, vooral bij hoge temperaturen (hoger dan 22 graden Celsius). Omdat de moederplanten zelf niet voor consumptie gebruikt worden, kun je overwegen een gif te gebruiken in de vorm van de bekende plantpin. Stek er hiervan een of meerdere per potje in de grond. Met het water geven wordt het gif opgenomen door de wortels verspreidt het zich door de plant, die daardoor minder aantrekkelijk wordt voor beestjes. Vrooval voor bewortelende klonen is het belangrijk dat ze geen energie verliezen aan vretende beestjes, vandaar. Mocht je toch nog wat problemen hebben, dan kun je de klonen bespuiten met Lizetan van Bayer, dat in spuitbussen verkocht wordt. Als dit alles niet afdoende helpt kun je een zwaar vergif gebruiken als Kilumal (F 25,- voor een klein flesje), wat namelijk ook de eieren van spint doodt (spint: kleine spinnetjes). Als je de moederplant of de stekjes hierin dompelt kun je er zeker van zijn dat de planten steriel zijn. Wel moet je dan handschoenen dragen en eventueel een masker tegen de scherpe lucht. Vooral het dompelen van de stekjes is effektief en aantrekkelijk. Een steriel stekje krijgt de kans de eerste maanden te groeien ongehinderd door ongedierte en dat is heel wat waard. Het stekje is dan wel overdekt met wat gif, maar dit verdwijnt in de loop van een seizoen terwijl het stekje zelf natuurlijk maar een heel miniem deel is van de toekomstige plant. En voor het indompelen van kleine stekjes heb je natuurlijk maar weinig gif nodig. Kilumal, Kelthane en de meeste vergiften werken beter als je een uitvloeier gebruikt of enkele druppels afwasmiddel. Heel effektief is een combinatie met een vloeibaar zeewier als asco. Dit zeewier blijft als een vettig laagje op het blad liggen en geeft een langere nawerking aan het gif. Uiteraard kun je ook Asco met uitvloeier zonder gif gebruiken. De Asco blijft als een vettig laagje over de plant heen liggen, waarin ongedierte vastplakt, tegelijkertijd voedt het zeewier het blad met mineralen. Het afwasmiddel lost het beschermende vetlaagje van insekten op, waardoor ze letterlijk uitdrogen. Omdat deze methode niet de eieren doodt van bijvoorbeeld spint, dient ze enige tijd om de paar dagen te worden herhaald. Wel wat bewerkelijker, maar op de valreep toch nog biologisch verantwoord...

Biologische bestrijdingsmiddelen

Mocht je niet zo gecharmeerd zijn van vergiften, dan kun je ook biologische middelen gebruiken. Pyrethrum is een in de natuur voorkomend insecticide, dat bovendien snel uiteenvalt in natuurlijke en onschuldige componenten. Het is goed te gebruiken tegen bladluis, witte vlieg en rupsen. Tegen rupsen kun je ook spuiten met Bactospeine. Geef twee tot drie maal de gebruikelijke dosis. Dit is een bacterie in de vorm van een poeder. Door dit in water op te losssen en over de planten te spuiten, overdekken we deze met een laagje van dit poeder. Deze bacterie is voor alle dieren volkomen onschadelijk, maar verlamt wel de kaakspieren van alleen jonge rupsen.
Het biologische middel tegen spint is het gebruik van roofmijt. Roofmijt dien tijdig in het milieu geintroduceerd te worden. Als de planten al onder de spint zitten is het eigenlijk te laat voor de roofmijt om nog een biologisch evenwicht te krijgen. Roofmijt zijn kleine rode diertjes die alleen van spint leven. Ze leggen eieren op het gewas en gaan dus een onderdeel vormen van de levende have op de planten. Ze worden geleverd in zakjes of buisjes. Hierin zit een soort havermout waarop de roofmijt zit. Deze havermout wordt over het gewas gestrooid, waarna de roofmijt op zoek gaat naar de spint. Ze zijn in staat meters af te leggen per dag, als ze maar de juiste temperatuur en luchtvochtigheid krijgen. Roofmijt gedijt het best bij een temperatuur van 20 tot 22 graden en een luchtvochtigheid van 70 tot 80 procent. Wordt de temperatuur hoger en de luchtvochtigheid lager dan gedijt spint beter dan roofmijt! Een buisje roofmijt kost ongeveer F 50,- tot F 100,-. Het beste werkt deze methode, zoals gezegd, wanneer de temperatuur en luc